Door: Redactie Golfersmagazine Fotografie: Familiearchief Del Court van Krimpen
World
3

Uit Golfers Magazine 6: Een golfer 'hors concours' - II

Dit jaar vindt het Dutch Open voor de 99ste keer plaats. Een blik op de erelijst leert dat alle voorgaande edities door pro's werden gewonnen, behalve die van 1916 en 1915.

Bij die laatste editie, 1916, prijkt de naam van de enige Nederlandse amateur op de palmares: Gerry del Court van Krimpen. Niet alleen de beste vooroorlogse speler, maar ook een ‘groot ijveraar voor golf in Nederland’.

Tekst Arnout Janmaat

Op het terrein van de liefde zocht Gerry het niet ver van de golfbaan. In 1914 trouwde hij met Marie Adèle Erneste ‘May’ van Loon (1891-1983), dochter van Adèle Françoise Tachard en Louis Antoine van Loon, bankier bij Hope & Co., bestuurslid en later voorzitter van de Doornsche Golf Club.

Vergeleken bij zijn vrouw was Gerry nog van redelijk eenvoudige afkomst. May bracht haar jeugd door op landgoed ‘La Forêt’ in Doorn, waar een staf van vijftig mensen tot haar beschikking stond. Het echtpaar kreeg vijf dochters: Martine, Renée, Adèle ‘Topsy’, Theodora ‘Dody' en Violet.

‘Dody’ schetste ooit op kernachtige wijze het leven van haar vader. Op de vraag wat hij deed antwoordde ze met: ‘Ja, die jaagt en die golft.’ En zo was het ook. Gelukkig voor golf in Nederland was Gerry onbaatzuchtig waar het ging om het delen van zijn kennis van de sport. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en adviseerde verschillende clubs bij het aanleggen van nieuwe – of bij de uitbreiding van bestaande banen. De Hilversumsche (1917), Haagsche (1920), Twentsche (1926), Enghuizen (1926), Hattemsche (1929), Rotterdamsche (1932) en de familie Waller (de nog steeds bestaande privébaan Ullerberg (1923), met zijn fairways van heide) profiteerden op deze wijze van zijn expertise.

Winnaar Dutch Open 1915

De golfer Gerry Del Court was zonder twijfel de beste vooroorlogse speler, iemand met een grote ‘natuurlijke aanleg’, zoals zijn vriend Nout Snouck het verwoordde. De talloze trainingsuren onder het strenge bewind van zijn vader hadden hem een uitstekende basis gegeven. Dit combineerde hij met een karakter dat zeer goed paste bij het spel. Gerry was een rustige, wat stille man, maar wel een die autoriteit uitstraalde en niet twijfelde als er een beslissing genomen moest worden.

De mensen die met hem speelden genoten van zijn spel. Zijn befaamde slagen uit de rough werden al gememoreerd, maar ook zijn ’forsche, kaarsrechte drives’ waren een lust voor het oog. Zelfs binnen de koninklijke familie was het spel van Del Court van Krimpen bekend. 

Dochter Martine was zeer goed bevriend met koningin Juliana en haar man Willem Roëll was privésecretaris van prins Bernhard. Deze laatste behoorde tot de bewonderaars van Gerry: ‘Alles was bij hem langzaam. Een rustige swing. Niet te snel. Een plezier om naar te kijken.’

Gerry nam zeventien keer deel aan het Dutch Open. Hij won het in 1915 en werd de beste amateur in 1917, 1921, 1922, 1924-1929 en 1931. Het Internationaal Amateurkampioenschap van Nederland won hij 11 keer, in 1912, 1913, 1916, 1919, 1920, 1922-1924, 1926, 1927 en 1929. Hij speelde 39 interlands waarvan er 22 gewonnen werden. 

De titel die hij op 5 september 1915 behaalde, was in feite een officieuze. De jonge amateurspeler deed net als Snouck Hurgronje, Michiels van Verduynen en Van de Poll buiten mededinging mee aan het 36-holes nationaal kampioenschap voor professionals.

Zijn score van 152 op de baan van de Haagsche Golf & Country Club was echter twaalf slagen beter dan die van de bepaald niet slechte pro’s Burrows en Kettley. Geen twijfel dus over de vraag wie die dag de beste was.

Op de toenmalige beker van het kampioenschap kwam echter de naam van Henry Burrows te staan. Hij won het kampioenschap na een 36-holes play-off.

(Lees morgen deel II - De geest van het spel)

(Dit artikel stond eerder in Golfers Magazine 6. Auteur Arnout Janmaat is historicus schrijft op onregelmatige basis historische artikelen over de golfsport voor Golfers Magazine)

Gerelateerd nieuws