Door: Redactie Golfersmagazine Fotografie: Archief Del Court van Krimpen
World
4

Uit Golfers Magazine 6: Een golfer 'hors-concours' - I

Dit jaar vindt het Dutch Open voor de 99ste keer plaats. Een blik op de erelijst leert dat alle voorgaande edities door pro's werden gewonnen, behalve die van 1916 en 1915.

Bij die laatste editie, 1916, prijkt de naam van de enige Nederlandse amateur op de palmares: Gerry del Court van Krimpen. Niet alleen de beste vooroorlogse speler, maar ook een ‘groot ijveraar voor golf in Nederland’.

Tekst Arnout Janmaat

Een verhaal over Gerry del Court kan niet anders dan beginnen bij zijn vader, Aalbrecht Arent Del Court van Krimpen (1856-1924). Hij was niet alleen de vader van Gerry, maar werd tevens gezien als de ‘vader’ van golf in Nederland. Deze Aalbrecht bracht zijn jeugd door op Rooswijk, een landgoed bij Velsen, dat zijn vader in 1844 had verworven. Door ‘geluk’ in de overerving – een aantal mannen in de stamboom was kinderloos gestorven – was hij een vermogend man geworden. Het gezin Del Court van Krimpen behoorde tot een nieuwe generatie kosmopolitische welgestelden die het liefst in het Frans of Engels sprak en voor de nieuwste trends op lifestylegebied de blik op Engeland had gericht.

De ontwikkeling van Rooswijk was hier een goed voorbeeld van. Na aankoop liet Del Court van Krimpen sr. het landgoed door tuinarchitect Zocher in Engelse stijl renoveren, waarna zelfs een tennisbaan, naar de laatste sportieve Engelse mode, niet ontbrak. Op dit landgoed organiseerde Pim Mulier naar verluidt de eerste veldlopen van Nederland, samen met zijn vriend ‘Kaak’ Del Court, een jongere broer van Aalbrecht. In 1884 trouwde Aalbrecht, die zijn naam verengelste tot ‘Albert’, met Marie Henriëtte Prévinaire, dochter van een welgestelde textielfabrikant die zich vanuit Molenbeek in Haarlem gevestigd had. Met dit huwelijk kwam er voor de Del Court van Krimpens een zomerverblijf in de familie, aan de Noordzee in Callantsoog.

Schoonvader Prévinaire, Albert Del Court van Krimpen en zijn zwager Jonkheer Charles Frederik van de Poll, de eerste voorzitter van de Nederlandsche Hockey en Bandy Bond, deden in Callantsoog vooral aan jagen, een tijdverdrijf dat onderweg al begon. Vanuit een boemeltrein die de heren van Haarlem naar Schagen bracht losten ze op ieder station een schot door het raam, ‘pour dire que nous arrivons’, of te wel om te zeggen dat ze eraan kwamen. Het laatste stuk werd te paard afgelegd.

Dat Albert Del Court van Krimpen een passie voor jagen had en er een voor golf ontwikkelde was logisch. Het golfspel werd eind negentiende eeuw ‘booming’ in Engeland. Del Court van Krimpen zag met eigen ogen hoe het daar gespeeld werd, bijvoorbeeld als hij zijn broer Jacob bezocht, die zich met zijn Engelse vrouw Mabel Johnstone in haar thuisland gevestigd had. Toen er op de schapenweide bij Clingendael voor het eerst in Nederland gegolft werd, was Del Court daar als vanzelfsprekend bij. Het was in 1889, hetzelfde jaar waarin zijn eerste zoon Gerard Martinus – ‘Gerry’ – werd geboren. 

In het laatste decennium van de negentiende eeuw verhuisde het gezin Del Court van Krimpen naar Villa Veluna in Velp, bij Arnhem, waar het de landgoederen Varenna en, na 1907, Delhuijzen bezat. In Velp was Del Court Van Krimpen actief betrokken bij de oprichting van de Rosendaelsche Golf Club, waarvoor hij de eerste negen holes uitzette.

Het was de eerste van vele golfbanen met een Del Court van Krimpen signatuur. Na het overlijden van zijn schoonvader was Callantsoog als tweede aan de beurt. Daar ontwierp Del Court van Krimpen een privégolfbaan. Hij was trots op zijn werk en dacht dat deze baan ‘door hare grote analogie met de kustbanen van Schotland wel spoedig tot de allerbeste links van Nederland’ zou gaan behoren.

Na Callantsoog verschenen er ook in Wijk aan Zee en Zandvoort golfbanen waar Del Court van Krimpen voor tekende. In Noordwijk voorzag hij initiatiefnemer Cremers van de de nodige adviezen en financiële steun. Dichter bij huis, op Delhuijzen, legde Del Court van Krimpen direct na aankoop van de grond een golfbaan aan: zijn eigen Arnhemsche Golf Club. Toen de Rosendaelsche problemen met de baan kreeg verhuisde de club naar Delhuijzen, Del Court van Krimpen werd als tegenprestatie president van de club.

Tegen deze achtergrond groeide Gerry op in het sportieve gezin Del Court van Krimpen. Net als zijn zussen Elisabeth en Theodora hockeyde hij in zijn jeugdjaren bij de Velpsche Hockey Club. In 1902, Gerry was toen dertien jaar oud, kreeg hij van zijn vader een ‘cleek’ cadeau, vergelijkbaar met een ijzer-1. Met zijn eerste club oefende Gerry onder de strenge tucht van zijn vader uren aan een stuk op diens heidebaan, tot hij alle slagen in zijn repertoire had geslepen. Met name zijn slagen vanuit de rough waren van ongekende klasse, hij verloor er nauwelijks lengte mee.

Al het oefenen betaalde zich uit. In 1908 speelde hij als negentienjarige zijn eerste Internationaal Amateurkampioenschap; hij werd direct derde met 168 slagen over 36 holes, pal achter neef André van de Poll en boezemvriend ‘Nout’ Snouck Hurgronje. De daaropvolgende jaren groeide Gerry uit tot een speler ‘hors-concours’, iemand die in Nederland zijn gelijke niet kende.

 

(Lees morgen deel II - Winnaar Dutch Open 1915)

(Dit artikel stond eerder in Golfers Magazine 6. Auteur Arnout Janmaat is historicus schrijft op onregelmatige basis historische artikelen over de golfsport voor Golfers Magazine)

Gerelateerd nieuws