Door: Martijn Paehlig Fotografie: Golfers Magazine
World
3

Standplaats Turkije III

Golfers Magazine ontving een uitnodiging om naar het Turkish Airlines Open te komen

Ik heb de woorden van de moeder van Tim Sluiter al vaak aangehaald, en ik vrees dat ik dat in mijn toetsenbordloopbaan nog heel vaak ga doen ook. Ik heb geen idee meer waar ze het precies zei, maar de boodschap was zó duidelijk, zó gemeend en zó invoelbaar, dat hij me keer op keer te binnen schiet als ik weer 'zo'n' dag langs de fairways heb meegemaakt.

'Het kan een mooi leven zijn, maar ik zou er écht niet mee willen ruilen'

Waarvan akte. Wat een frusteraties moet je kunnen tackelen als broodgolfer. En dit dan nog de creme de la creme van de Europese Tour. We hebben het niet over de jongens die op dit moment in Spanke ploeteren om eventueel, heel misschien, als alles meezit, volgend jaar op de Europese Tour te spelen. Collega E van Golf.nl twitterde gisteren een screenshot van de projected standings waarbij de vier Nederlanders zestiende, zeventiende, achttiende en negentiende op de Order of Merit stonden. Dat zou als stranden in de laatste bocht van de Grand-Prix zijn. Als vallen op de Champs-Elysees. Als een beslissend doelpunt tegenkrijgen in de slotminuut van de blessuretijd.

Het zijn op die momenten dat je onwillekeurig terugkijkt en de vraag 'waar heb ik het laten liggen' de kop opsteekt. En al helemaal in golf, waar het verschil tussen het kwartje dat de goede kant op valt, of juist de verkeerde, vaak een kwestie van centimeters is. Dat geldt voor ons weekendgolfers als we met 35 punten en drie strepen aan de bar staan ('had ik nu maar wél een lay-up gespeeld' of 'wat als die bal niet uit de hole was gelipt') maar in nog veel grotere mate voor de broodspelers. Zoals Joost aan het ontbijt zei: 'Als je op dit niveau één slag per ronde beter scoort, dan doe je bovenin mee. Eén slag dat het net effe goed valt in plaats van net effe niet.'

Een harde kick hier, een gekke bounce daar het zijn vaak centimeters die het verschil maken, zeker als het zó'n dag is. Zit het mee dan heb je naast die boom precies genoeg ruimte voor een swing of springt je bal precies over die divot, zit het tegen...dan dus precies niet. Neem zo'n bal van Luiten in de derde ronde op de par-5 vierde. Letterlijk twee centimeter eerder landen en hij rolt voor eagle naar de vlag – en misschien zelfs wel meer – maar in plaats daarvan bleef de bal op de rand van de green liggen met een onmogelijke putt tot gevolg. Zo'n dag dus.

De lijn tussen succes en teleurstelling is flinterdun en binnen die marges moet je 72 holes lang op de toppen van je kunnen presteren. Heel gek is het dus niet dat er hier en daar een vloek ontsnapt, het hoofd wordt geschud of een club richting tas wordt gegooid. Maar je moet door *, ook in de wetenschap dat het de volgende hole wél weer net jouw kant op kan vallen. Dat geldt voor Joost, Thomas, Patrick, Tiger net zo goed als voor alle jongens en meisjes op de niveau's daaronder. Wij kunnen onze clubs een paar weekjes voor straf in de garage zetten, maar zij moeten door. Altijd maar weer. Misschien wel juist als het even niet loopt.

Het is precies wat ma Sluiter zei: 'Het kan een mooi leven zijn, maar ik zou er écht niet mee willen ruilen'

 

*Door moeten hoeft dus trouwens niet, zo bewees Eddie Pepperell tijdens de derde ronde. De Engelsman sloeg volgens flightgenoot Martin Kaymer vier of vijf ballen in het water, meldde zijn verbijsterde spelpartners dat hij door zijn ballen heen was, schudde hen de hand, en verliet de baan. Maar of dat nou de manier is om met de frustraties op de baan om te gaan...

 

Gerelateerd nieuws