Door: Jan Kees van der Velden Fotografie: Getty Images
Tour
7

Uit Golfers Magazine 6: Gentleman Director

Al jaren zwaait Miguel Vidaor de scepter tijdens het KLM Open. De Spanjaard is namens de Europese Tour de toernooidirecteur.

Er zijn in september op The Dutch twee directeuren: Daan Slooter en Miguel Vidaor. Meerdere kapiteins op één schip? Werkt dat wel? De historie heeft geleerd dat dit geen probleem is. Slooter zorgt namens organisator TIG Sports voor een goed kampioenschap met een zo sterk mogelijk spelersveld en Vidaor en zijn staf zien erop toe dat de wedstrijd zo goed mogelijk verloopt.

‘De samenwerking met Daan en de andere mensen van TIG is meer dan uitstekend’, zegt Miguel Vidaor. ‘Misschien komt dat wel omdat we in 2004 in feite samen in het KLM Open zijn begonnen. Het was het eerste jaar nadat Robbie van Erven Dorens het kampioenschap was kwijtgeraakt. Maar van meet af aan hebben TIG en ik goed samengewerkt.’

De 52-jarige inwoner van Barcelona is al sinds 1993 werkzaam voor de Europese Tour, nadat hij zijn carrière bij de Catalaanse regio van de Spaanse Golf Federatie was begonnen.

‘Ik kom uit een echte golffamilie’, zegt hij. ‘Mijn ouders hebben de sport bij mij en mijn broer met de paplepel ingegoten. Ik heb het tot handicap 1 geschopt en in Spaanse jeugdteams gespeeld. Mijn broer was veel beter.’

Lachend: ‘Ik ben wat dat betreft een beetje het zwarte schaap van de familie.’

De jonge Miguel ging studeren, maar al snel voelde hij dat golf toch veel belangrijker was. ‘Bij de Spaanse Federatie kon ik in Catalonië van alles en nog wat doen. Toernooien leiden, voor de begeleiding van teams zorgen. Veel geleerd in die tijd.’

Begin jaren negentig werd de Europese Tour groter en internationaler. De toenmalige directeur Ken Schofield zag in dat de staf dan ook niet helemaal Brits kon blijven. Aan een aantal federaties werd gevraagd of zij geschikte kandidaten hadden om bijvoorbeeld referee te worden.

‘Op de een of andere manier is mijn naam op het lijstje van de Spaanse federatie beland en tijdens de World Cup van 1992 op La Moraleja heb ik een sollicitatiegesprek met John Paramor gehad.’

Het jaar 1993 stond voor Miguel Vidaor in het teken van meelopen, studeren en het R&A regelexamen afleggen.

‘Dat ging allemaal goed en in februari 1994 ben ik als referee begonnen’, zegt hij. ‘Geen spijt van gekregen. Nooit. Ik hou zo ontstellend van dit werk.’

In 1998 promoveerde Miguel Vidaor naar de status van toernooidirecteur. Als referee werkte hij tijdens een toernooi of twintig, maar in zijn huidige functie zijn dat er ‘slechts’ negen: naast het KLM Open heeft hij de leiding in Ierland, Abu Dhabi, Oman, Marokko, België, Tsjechië, Turkije en op Mauritius.

‘Dat lijkt weinig’, zegt hij. ‘Maar er komt veel bij kijken. Bij de nieuwe toernooien, zoals Oman en de Belgian Knock-Out ga je vier keer naar de baan. Bij een KLM Open zijn twee bezoekjes voldoende. Maar er moet altijd veel gepland, overlegd en voorbereid worden. Kortom, ik besteed veel tijd aan elk toernooi. Vandaar het er “maar” negen zijn.’

Al decennia is ons Open een buitenbeentje – in positieve zin. Robbie van Erven Dorens bouwde een klein toernooi uit tot een kampioenschap met aanzien en TIG ging op dezelfde voet verder.

‘Al met al, zegt Vidaor, ‘is het KLM Open met zijn tentendorp, het grote aantal toeschouwers, de vele marshals en andere vrijwilligers het grootste toernooi buiten de Britse eilanden. Dat brengt ook uitdagingen met zich mee en het wordt mogelijk lastiger om het KLM Open op traditionele banen als Hilversum en de Kennemer te organiseren. Dat gezegd hebbende, is The Dutch a great venue. In alle opzichten. Ik was vorig jaar ziek en dus niet in Nederland, maar ik heb gehoord dat de baan met al die regen toch weer snel speelbaar was. Wat ook voor de kwaliteit van het ontwerp en het onderhoud pleit: voor de editie van dit jaar hebben we maar één ding aan de set-up veranderd: op de eerste hole is de rough tussen de tee en de fairway met twintig meter ingekort. Met veel wind tegen is het voor sommige spelers moeilijk om tot de fairway te komen.’

Als het moet steekt Vidaor de handen ook zelf uit de mouwen.

‘Wat ik met de baan wil, is niet zo belangrijk. Dat klinkt raar, maar het is het Players Committee van de Europese Tour dat bepaalt hoe de courses gespeeld moeten worden. Dat is logisch, omdat het circuit van de spelers is. Niet van de officials. Voor The Dutch betekent dit dat hij firm and fast moet zijn, zonder hoge U.S. Open-rough. Maar het weer hebben we – zie vorig jaar – nooit in de hand.’

‘Ik zei al dat de samenwerking met Daan Slooter en TIG Sports uitstekend is. Het zijn intelligente mensen die daar aan het roer staan. Innovatief ook. Denk maar eens aan Beat the Pro, dat op het KLM Open geboren is. Ja, net als jij had ook ik eerst mijn bedenkingen. Misschien komt dat wel omdat de mens van nature soms moeilijk met veranderingen om kan gaan. Maar als ik zie hoe TIG dat heeft aangepakt en hoe mooi en sfeervol het op de veertiende is, dan zie ik dat het een enorm succes is. Het kost al met al niet meer dan een minuut per groep. Eén minuut! En omdat het zo’n succes is, hebben we nu drie dagen Beat the Pro. Ik denk dat we ooit zover zullen zijn dat het op alle wedstrijddagen wordt georganiseerd. Maar vraag mij niet wanneer dat is.’

Als we het over innovatie op de Europese Tour hebben, dan kun je niet om het Shot Clock Masters heen. Langzaam spel is een ergernis en tijdens het toernooi in Oostenrijk bleek dat je met een goed en strak systeem een driebal in minder dan vier uur een ronde kan laten spelen.

‘Ik was als referee in Oostenrijk’, zegt Miguel Vidaor. ‘En het Shot Clock Masters was as a breath of fresh air. Maar om dat in elk toernooi zo te doen, dat is in feite onmogelijk. Vergeet niet dat het veld uit 120 man bestond, in plaats van 156. Er waren twintig referees, terwijl dat er normaal een stuk negen zijn. En dan hebben we het nog niet eens over de apparatuur, de buggy’s en een sterk wifi-netwerk. In Oostenrijk had de baan een oppervlakte van zeventig hectare. Dat brengt veel kosten met zich mee.’

‘Ik kan je wel zeggen dat er meer toernooien als het Shot Clock Masters op de kalender zullen komen. In 2019 zijn dat er inclusief Oostenrijk zo goed als zeker twee.’

Maar waarom worden er tijdens andere toernooien niet meer strafslagen uitgedeeld? Waarom komen notoire langzame spelers er ogenschijnlijk mee weg?

‘Dat woord “ogenschijnlijk” geeft weer waar het om gaat’, zegt Vidaor. ‘Want er gebeurt wel degelijk iets. Als ik aan mijn collega’s vraag om een lijstje met de tien langzaamste spelers samen te stellen, dan zul je heel vaak dezelfde namen zien. Maar we zijn met een systeem begonnen waarbij zogenaamde bad times forse boetes opleveren. En bij herhaling worden die verdubbeld. Er zijn spelers die nu (eind augustus, red.) al op zo’n twaalfduizend euro zitten. En vanwege die verdubbelingen kan dat aan het einde van het seizoen echt heel stevig zijn opgelopen. Ik kan je zeggen dat het werkt.’

‘Wat we echter niet kunnen doen, is de usual suspects steeds op de voet te volgen. Dat is met een maximum van negen referees per toernooi niet te doen. Daar zitten elke week ook referees uit het gastland bij. En ik ben zeer te spreken over de referees uit Nederland. A great group.’

Gerelateerd nieuws