Door: Redactie Golfersmagazine
Equipment
6

De perfecte set: wedges

Je equipment moet helpen om een betere golfer te worden, maar welke clubs verbeteren je sterke punten en verbloemen je zwakke? Wij helpen je in deze serie met de belangrijkste vragen. In deel 5 de wedges.

 

Wedges

 

16. Wat zijn de loft en carry van mijn PW?

Als startpunt voor je keuze van wedges moet je weten hoe ver je met je pitchingwedge slaat.

Vind de echte loft: Vertrouw niet op de loft die de maker opgeeft. Er zijn altijd bepaalde toleranties in het productieproces ingebouwd. Ga naar een pro of clubfitter en laat hem of haar de loft opmeten op een echte loft/lie-machine.

Meet de carry: Sla tien ballen (die waar je echt mee speelt) en meet de gemiddelde carry en totale afstand met een swingcomputer. Heb je daar niet de beschikking over, zoek dan een rustig plekje op je homecourse, sla de ballen en meet de afstanden met je rangefinder of stap ze uit.

Bereken de lofts: Je moet een evenwichtige spreiding van je carry-afstanden hebben, van een volle pitchingwedge tot ongeveer 75 meter. Als je PW 110 meter vliegt, is het perfect om een gapwedge van 100 meter, een sandwedge van 90 meter en een lobwedge van 75 meter te hebben. De afstand die je nodig hebt moet de loft die je koopt bepalen, niet andersom.

 

 

17. Ben ik een graver, veger of ertussenin?

De invalshoek waarmee je op de bal inkomt bepaalt hoeveel bounce je wedges moeten hebben.

 

Graver

Hoe zie ik dit? Een 'graver' heeft met zijn wedges een steile invalshoek, wat resulteert in grote divots bij pitchen en zelfs divots bij chippen.

Hoe helpt de bounce? De hoge bounce biedt weerstand aan de grond als je contact maakt, waardoor het clubhoofd zich minder ingraaft in de grond of het zand. Dit kan helpen om meer consistentie en kleinere divots te krijgen. Hoge bounce helpt vooral bij een wedge waarmee je volle slagen maakt.

Standaard

Hoe zie ik dit? Een gemiddelde invalshoek maakt het makkelijker om consistent te zijn. Je hebt een standaarddivot bij een pitch en raakt net de grond bij een chip.

Hoe helpt de bounce? Je hoeft de interactie van de club met de grond of het zand niet te manipuleren. Dit is een goede optie voor een veelzijdige wedge die je gebruikt bij verschillende condities en liggingen – van volle slagen tot kleine chips en bunkerslagen.

Veger

Hoe zie ik dit? Een 'veger' heeft een vlakke invalshoek, wat resulteert in kleine of geen divots met pitchen, terwijl je de bal van het gras 'plukt' met chippen.

Hoe helpt de bounce? De lage bounce helpt het clubhoofd om iets makkelijker in de grond of het zand door te dringen. Dit kan 'vegers' helpen om de bal beter samen te drukken en pure chips te slaan. Lage bounce zie je ook vaak bij hogere lofts, omdat het hierdoor makkelijker wordt om het clubblad open te zetten en de zool onder de bal te laten glijden.

 

 

18. In welke condities speel ik normaal?

De hardheid van de baan bepaalt ook de keuze voor de hoeveelheid bounce.

Nat en zacht: Als de grond nat en zacht is, graaft het clubblad zich veel makkelijker in. Hoge bounce kan dit beperken. Normaal gesproken wil je maximale bounce in de winter en op park- en polderbanen, die het hele jaar door wat natter zijn.

Een combinatie: Als je verschillende banen speelt, heb je waarschijnlijk het meest aan een verzameling mid-bounce wedges. Deze bieden voldoende weerstand om volle slagen van zachte grond te maken, terwijl je het clubblad ook nog iets open kunt zetten voor delicate slagen van harde, droge liggingen.

Droog en stevig: Als de grond droog en stevig is, wordt het lastiger om een goede divot te slaan en de bal samen te drukken tussen het clubblad en de grond. Lage bounce helpt het clubblad om in de grond te komen. Een goede optie op linksbanen met diepe bunkers.

 

18. Wat zijn de loft en carry van mijn PW?

Als startpunt voor je keuze van wedges moet je weten hoe ver je met je pitchingwedge slaat.

Vind de echte loft: Vertrouw niet op de loft die de maker opgeeft. Er zijn altijd bepaalde toleranties in het productieproces ingebouwd. Ga naar een pro of clubfitter en laat hem of haar de loft opmeten op een echte loft/lie-machine.

Meet de carry: Sla tien ballen (die waar je echt mee speelt) en meet de gemiddelde carry en totale afstand met een swingcomputer. Heb je daar niet de beschikking over, zoek dan een rustig plekje op je homecourse, sla de ballen en meet de afstanden met je rangefinder of stap ze uit.

Bereken de lofts: Je moet een evenwichtige spreiding van je carry-afstanden hebben, van een volle pitchingwedge tot ongeveer 75 meter. Als je PW 110 meter vliegt, is het perfect om een gapwedge van 100 meter, een sandwedge van 90 meter en een lobwedge van 75 meter te hebben. De afstand die je nodig hebt moet de loft die je koopt bepalen, niet andersom.

 

19. Waarvoor gebruik ik mijn wedges?

Het soort slagen dat je met je wedges uitvoert, beïnvloedt de keuze voor clubhoofd en zoolafwerking.

Al je wedges met hetzelfde clubhoofd en dezelfde grindkopen, is misschien niet zo handig. Het clubhoofd en de zoolafwerking zijn ontworpen om je verschillende dingen te laten doen, dus bedenk wat je van elke wedge verwacht.

Als je bijvoorbeeld met je gapwedge veel volle slagen maakt, wil je een stabiel clubhoofd met een grind die helpt om het clubblad haaks op de bal te krijgen. Als je je sandwedge vooral gebruikt voor korte slagen rond de green, dan heb je waarschijnlijk het meest aan een grind waarmee je het clubblad open kunt zetten. En pak je in de bunker vooral je lobwedge? Zorg er dan voor dat het clubhoofd en de zool je uit het zand helpen. Behandel elke wedge individueel en kies de combinatie van clubhoofd en zoolafwerking die je helpt bij hoe je de club gebruikt.

 

 

20. Hoeveel heb ik er nodig?

'Consistente lofts in je wedges helpen om alle afstanden tot zo'n 115 meter uit te voeren – ongeveer 65 procent van de slagen in een ronde', zegt Dean Cracknell, marketingmanager van Cleveland/Srixon. 'De verschillen in loft moeten groot genoeg zijn om dezelfde afstandsverschillen te generen als tussen je ijzers – ongeveer tussen de zeven en twaalf meter.

Er zijn veel manieren om de lofts van een set wedges samen te stellen, afhankelijk van of je er twee, drie, vier of vijf kiest. Normaal gesproken is het verschil zo'n vier graden, maar soms is het nuttig dit naar vijf of zes graden uit te breiden. Gelijkmatige afstanden tussen je wedges zijn belangrijk, maar dat betekent niet dat de verschillen in loft gelijk moeten zijn.

Van de vier meestgebruikte wedges (pitching-, gap-, sand- en lob-) hebben de meeste spelers er minimaal drie. Op de tour heeft veertig procent van de spelers vier wedges in de tas, de rest heeft er drie. Het geeft aan hoe belangrijk het korte spel is. Als je dus een lang ijzer of houtje kunt missen (zeker als je ze maximaal één keer per ronde gebruikt) kan een extra wedge een slimme toevoeging zijn.

 

Klik hier voor de vragen over de driver.

Klik hier voor de vragen over de woods.

Klik hier voor de vragen over de hybrides.

Klik hier voor de vragen over de ijzers.

 

Gerelateerd nieuws