Door: Redactie Golfersmagazine
Banen, clubs & amateurs
6

Terugbladeren: Wisseling van de wacht

Zo'n 1500 pagina's maakte de redactie in 2018. Tijd om terug te bladeren door de laatste tien edities van Golfers Magazine.

Maar liefst 25 jaar stond Jan Kees van der Velden als hoofdredacteur in het colofon, met ingang van nummer 5 nam Martijn Paehlig het stokje van hem over. Een tweegesprek tussen de komende en de gaande man over het heden, verleden en de toekomst van Golfers Magazine.

Schoolmeester. Dat is wat Jan Kees van der Velden was toen hij halverwege de jaren tachtig zijn intrede maakte in de golfwereld. Als freelance-journalist voor het Rotterdams Nieuwsblad schreef hij over allerlei onderwerpen, van de lokale politiek tot een reportage over het Nederlands Kampioenschap blootsvoets waterskiën aan toe, en dus ook over golf.

'Het eerste wat ik over golf schreef ging over het KLM Open van 1984, een reportage over John Woof. Eind jaren tachtig werd ik benaderd door Media Bloemendaal, de toenmalige uitgever van Golfers Magazine en GOLFjournaal, het nieuwe blad van de NGF. Eerst als freelancer, maar al snel verliet ik het onderwijs en trad ik in vaste dienst. De eerste jaren schreef ik alleen voor de uitgave van de NGF, in 1993, kort nadat we waren verkocht aan Wegener, volgde ik Jan Kees Kokke op als hoofdredacteur. Om dat vervolgens, via Sanoma en nu Pijper Media, 25 jaar te blijven. En nu is het mooi geweest. Maar,' zegt hij dreigend, 'de golfwereld en the powers that be, zijn nog niet van mij af.'

Ook Martijn Paehlig kwam via een omweg in de golfwereld terecht. Als manager in de zakelijke dienstverlening moest je rond de millenniumwisseling bijna wel golfen, wilde je klantrelaties kunnen onderhouden. De sport nam hem meteen volledig in beslag. Het schrijven erover begon met het clubblad van zijn homecourse Waterland, voerde hem naar het inmiddels niet meer bestaande Golf2Day, alvorens in 2006 gebeld te worden met de vraag of hij interesse had om voor (toen nog) Wegener Golf te komen werken.

'Daar hoefde ik niet heel lang over na te denken. Toen ik in 1999 begon met golf ontdekte ik al snel Golfers Magazine. Ik vrat het en las hem van voor naar achter, en soms bij wijze van spreken zelfs weer terug. De reisverhalen las ik zoals veel mensen reviews over de nieuwste auto's lezen. Niet met het idee er ooit in te rijden, maar het droomt fijn weg. De interviews met topsporters, de Golfers Magazine Foursomes, verhalen met mensen die als verbindend element de passie voor de sport hadden. Mijn eerste set kocht ik na wat testen, maar vooral ook na het lezen erover. En natuurlijk de instructieartikelen. Ik wil best toegeven dat ik wel eens op de drivingrange stond met de laatste Golfers Magazine in mijn tas. Al ging hij daarna sowieso weer mee naar huis, want weggooien deed ik nooit. Nog steeds niet. In mijn garage liggen nog stapels met complete jaargangen...'

Jan Kees: 'Dat hebben veel mensen, dat ze oude nummers bewaren. Dat heb ik zó vaak gehoord door de jaren heen. Dat zegt ook wel wat over de 'waarde' van Golfers Magazine. Het is een blad dat je wil lezen, wil hebben, maar dus ook wil houden.'

Martijn: 'Precies. Dus daarvoor te mogen schrijven vond – en vind – ik heel bijzonder. Nog steeds. Ook na twaalf jaar.'

Jan Kees: Daar sluit ik me helemaal bij aan. Maar dan met nog wat meer jaren… Wat goed vind, is dat mijn opvolger ook golf eet en drinkt. Dat gevoel lucht flink op.’

 

Nooit uitgeschreven

Abonnees die ook de garage vol hebben liggen met oude jaargangen, zullen het zelf zien; Golfers Magazine is anno 2018 niet hetzelfde blad als het was bij de oprichting in 1984, ook niet meer het blad dat het was in het eerste jaar onder het bewind van Van der Velden, net zo min als het dat vandaag is.

Jan Kees: De pijlers onder het blad zijn wél goeddeels hetzelfde gebleven, al hadden we destijds weinig aandacht voor wat er in eigen land gebeurde en deden we nauwelijks iets met equipment. Het is denk ik vooral de toon die enorm is veranderd. De afstand tot de lezers was – net zoals bij misschien wel alle andere tijdschrifttitels – een stuk groter. Met de jaren zijn we veel meer onder de huid van de lezers gaan zitten, kijken we naar de sport door de ogen van diezelfde lezer. Dat is niet een verandering van de ene op de andere dag, dat is een proces dat zich door de jaren heen voortzet.'

Martijn: 'Wat dat betreft hoeft de lezer zich ook zeker geen zorgen te maken dat er nu ineens heel veel gaat veranderen. Golfers Magazine staat als een huis en ik voel helemaal niet de behoefte de hele boel op zijn kop te zetten. Accentveranderingen, ja, een revolutie, nee. Golfers Magazine heeft een schare trouwe lezers, en ook de nieuwe abonnees die zich elke maand weer melden weten waarvoor ze bij Golfers Magazine terecht kunnen. Je kan je toch niet voorstellen dat we ineens zouden zeggen: 'Dat nieuwe materiaal? Daar doen we maar niets meer mee...’

‘Nog los van het feit dat we met Foeke Collet de man hebben die misschien wel meer dan wie ook alles van golfequipment weet, hóórt het bij ons en mag je daar als lezers op rekenen. Net zoals dat geldt voor alle andere goede en betrokken verhalen. Over topsporters, over banen, over heden en verleden, over wat ons allemaal zo trekt aan dit spel. Niet voor niets ben ik ook heel blij dat je voor ons blijft schrijven. Met een vaste column en zeker ook met grote verhalen die over allerlei aspecten van de sport kunnen gaan. Zoals bijvoorbeeld het verhaal over Carnoustie elders in dit nummer, of zo'n mooie voorbeschouwing op het U.S. Open van de vorige editie, of eerder over wat je allemaal moet doen en laten om het als professional te redden. Zo kan ik nog heel wat voorbeelden noemen van verhalen die ik zelf nog altijd met veel plezier lees. En ik neem aan de lezer ook...'

 

Jan Kees: 'Ik ben blij dat ik aan Golfers Magazine verbonden blijf. TV ‘maken’ bij Ziggo is leuk, maar schrijven is het mooiste. Wat dat betreft treffen we het als golfers enorm. Een voetbalveld is een voetbalveld, een tennisbaan een tennisbaan, maar een golfbaan – en alles wat er op gebeurt – is altijd anders. Ik heb vaak de vraag gekregen wat ik dan nog meer deed, behalve over golf schrijven, maar over deze sport raak je nooit uitgepraat, nooit uitgeschreven. Je komt altijd tijd en ruimte te kort.'

Martijn: 'Dat is goed gezegd. Nooit uitgepraat, nooit uitgeschreven, en daar voeg ik graag nooit uitgelezen aan toe. Als je eenmaal door het golfvirus gegrepen bent dan laat dat je niet meer los. En met Golfers Magazine onder handbereik hoeft dat gelukkig ook helemaal niet. Vroeger niet, nu niet en ook de komende jaren niet.'

 

(Dit interview stond eerder in Golfers Magazine 5 - 2018)

 

Gerelateerd nieuws