Door: Redactie Golfersmagazine Fotografie: Getty Images, Golfsupport
Banen, clubs & amateurs
11

Terugbladeren: 1984

Zo'n 1500 pagina's maakte de redactie in 2018. Tijd om terug te bladeren door de laatste tien edities van Golfers Magazine.

In 1984 werd de voorloper van Golfers Magazine uitgebracht. In het eerste nummer van de 35ste jaargang willen we weten hoe de wereld er in 1984 uitzag. Wat gebeurde er in dat jaar in golf? In de laatste editie van het jaar zit een uitgebreide special over die 35 jaar, in de eerste editie van het jaar keek Jan Kees van der Velden al terug op ruim drie decennia Golfers Magazine.

 

Het was natuurlijk het jaar van George Orwell’s roman 1984. Hij publiceerde het boek 35 jaar eerder en het was een adem afsnijdend verhaal over hoe de maatschappij eruit zou zien: zonder persoonlijke vrijheid en met een overheidscontrole die alles overheersend was. Big Brother zag en wist alles.

Het was ook het jaar van de Olympische Winterspelen in Sarajevo, de stad die tien jaar later een levende hel voor zijn inwoners was – het gevolg van de terreur aangesticht door de later als oorlogsmisdadigers veroordeelden Ratko Mladic en Radovan Karadzic.

Ronald Reagan werd in de VS herkozen als president, de Nederlandse regering nam het besluit dat er 48 kruisraketten werden geplaatst en de oorlog tussen Iran en Irak ging in alle hevigheid door.

Het EK voetbal – zonder Nederland – werd door gastland Frankrijk gewonnen, Laurent Fignon won net als een jaar eerder de Tour de France en de Olympische Zomerspelen in Los Angeles vonden plaats zonder deelname van de meeste Oost-Europese landen: een ‘vergelding’ voor het feit dat de meeste westerse naties vier jaar eerder tijdens de Spelen in Moskou vanwege de Russische inval in Afghanistan ontbraken.

Seve's gebaar

In golf werd The Masters gewonnen door Ben Crenshaw, de Texaan die met een score van 277 elf slagen voorsprong had op runner-up Tom Watson. Watson had drie maanden later een gouden kans om op St Andrews zijn zesde Open Championship te winnen – en daarmee het record van Harry Vardon te evenaren. Maar de toen 34-jarige Amerikaan faalde op zeventien, de beruchte Road Hole. Zijn approach vanaf 173 meter belandde op de weg en hij moest uiteindelijk een bogey-5 laten noteren. Severiano Ballesteros had een par gemaakt op zeventien en een birdie op achttien voor een score van acht onder en zelfs het evenaren van diens score was te veel gevraagd voor Tom Watson, die samen met Bernhard Langer met zes onder tweede werd. Seve vierde zijn zege met een triomfantelijk gebaar dat je iconisch mag noemen. Een gestileerde versie werd uiteindelijk het logo van zijn bedrijf Amen Corner SA en hij liet het plaatje ook nog eens op zijn onderarm tatoeëren.

Een maand eerder liet Greg Norman niet voor het eerst en zeker niet voor het laatst in de beslissende fase een kans op een Major-zege glippen. Op de laatste hole van het U.S. Open op Winged Foot, bij New York, maakte de White Shark een bogey op achttien om gelijk te eindigen met Fuzzy Zoeller. De Amerikaan won daags erna de 18-holes play-off met 67 om 75 slagen.

Het laatste Major van het seizoen, het PGA Championship, werd gespeeld op Shoal Creek, in Alabama, of wel het diepe zuiden van de VS. Met de baan was niets mis, maar met de club wel: zwarte Amerikanen werden er alleen als persoonsleden toegelaten.

De winnaar was Lee Trevino, een van de kleurrijkste golfers aller tijden. De Amerikaan met Mexicaanse roots was in augustus 1984 45 jaar oud en hij had al vijf Majors gewonnen: twee Opens, twee U.S. Opens en een PGA Championship.

Buitenbeentje

Drie weken voor het kampioenschap op Shoal Creek deed Trevino mee aan het eerste enige Internationaal Golfkampioenschap van Nederland – het KLM Open – dat op de Rosendaelsche werd gespeeld. Trevino won niet, maar hij werd wel eervol derde op vijf slagen van winnaar Bernhard Langer. Belangrijker dan de 7882 euro die hij ermee verdiende, was een aankoop in de shop van de legendarische clubpro Jan Dorrestein: een Ping-putter. In de eerste ronde (74) miste hij putt na putt: ‘Ik had ze zelfs niet met een biljartkeu kunnen holen’, zei hij na het tekenen van zijn kaart tegen Telegraaf-verslaggever Pim Donkersloot.

Het was – zo zei Trevino later – vooral die stok die hem het PGA Championship had laten winnen. Trevino sloeg de Ping-putter ’s avonds in zijn hotelkamer een paar keer fors tegen de vloer om de loft te verminderen en met ronden in 69, 67 en 70 slagen speelde hij zich toch maar knap naar het brons. Lee Trevino was in 1984 nog steeds een buitenbeentje in de keurige golfwereld. Hij zei wat hij dacht, lachte en praatte bijna onafgebroken en had een swing die je niet van je pro zou leren.

Supermex staat met zes Major-zeges samen met Nick Faldo op de twaalfde plaats van het lijstje met Major-winnaars. The Masters had hij graag willen winnen, maar Trevino had een haat-liefdeverhouding met Augusta. Hij sloeg de bal van links naar rechts en vond dat hij daardoor kansloos was: ‘It’s a course for hookers.’ Zo’n uitspraak was zeker in de jaren zeventig wel heel gedurfd.

In 1975 werd Trevino tijdens het Western Open bij Chicago getroffen door de bliksem en hij zou daar chronische rugpijnen aan overhouden. ‘De volgende keer dat het onweert’, zei hij later, ‘ga ik met een ijzer-1 de baan in en richt hem op de hemel. Dan ben ik veilig, because even God can’t hit a 1-iron’.

Tegen Bernhard Langer was niemand opgewassen. En hij wist op de smalle bosbaan bij Arnhem wel raad met zijn ijzer-1. De 26-jarige Duitsers opende het kampioenschap met een 64 – een daverend baanrecord. En dat ondanks, zo zal ieder iets ouder lid van de Rosendaelsche spontaan roepen ‘een double bogey op zeventien’.

Langer stoomde onbedreigd door naar zijn eerste Nederlandse zege. Hij zou uiteindelijk drie overwinningen in ons Open behalen, in drie verschillende decennia.

Veel toeschouwers op KLM Open

Er waren in 1984 traditioneel veel toeschouwers aanwezig bij het KLM Open. Nu vinden we dat – zelfs bij het ontbreken van echte topspelers – heel gewoon. Met bijna vierhonderdduizend golfers is dat ook niet zo moeilijk, maar in ’84 lag dat met een veel lager aantal golfers anders. De onvolprezen Robbie van Erven Dorens slaagde er met steun van een fors aantal sponsors echter in om niet alleen Trevino maar ook een andere Amerikaanse crack, Johnny Miller (die zelfs de tijd vond om in ons land een automobiel van 150 duizend gulden aan te schaffen), naar ons land te halen. Het KLM Open was qua deelnemersveld en qua aankleding een toptoernooi en dat trok een kleine twintigduizend toeschouwers.

De laatste ronde werd door de Tros deels live uitgezonden en de NOS had op woensdag nota bene een item over de pro-am – gemaakt door Marijn de Koning – in het journaal van acht uur. Met een in het struweel tobbende directeur van de Nederlandsche Bank: Wim Duisenberg.

Nulnummer

Duisenberg kreeg in het in de lente van 1984 verschenen Golf Jaarboek – in feite dus het nulnummer van Golfers Magazine – aandacht in een stukje over de relatie tussen zakendoen en golf. Bedenker Jan Kees Kokke – golfer en verslaggever bij Haagsche Courant en het Rotterdamsch Nieuwsblad – zocht met zijn uitgave naar een andere invalshoek om de sport te belichten. En ook de uitvoering paste in zijn visie van de allure en de uitstraling van golf.

Het Golf Jaarboek beperkte zich in tegenstelling tot tal van andere golfuitgaven niet tot wedstrijden. Tal van andere zaken zoals mode, business, columns en achtergronden maakten het tot een tijdschrift dat de sport meer dimensies gaf. En dan ook nog eens mooi vormgegeven en luxe uitgevoerd.

Die lijn werd in 1985 doorgetrokken. Er waren in dat jaar al vier edities. Instructieverhalen, achtergrondverhalen en reisreportages deden hun intrede. En de naam veranderde van Golf Jaarboek in Golfers Magazine.

Groei

Golf was in 1984 bepaald geen grote sport. In dat jaar waren via de dertig aangesloten clubs (de Leden) 16.055 golfers geregistreerd bij de Nederlandse Golf Federatie. Zegge en schrijve 845 meer dan in 1983. Het Federatiebureau was gevestigd in een kamer van de Hilversumsche Golfclub, voldoende om de drie medewerkers te huisvesten. Het was de kleurrijke oud-marineofficier Jack van der Schraaf die er de scepter zwaaide.

(In het voorjaar van 1984 ontmoette een beginnend golfjournalist Van der Schraaf voor het eerst in het clubhuis van de toen nog niet koninklijke Haagsche. Op de mooiste baan van Nederland werd het Hennessy Nationaal Open gespeeld en de scribent vroeg aan de wedstrijdtafel om een scorekaart en een startlijst. Jack van der Schraaf keek hem als korte vorm van ballotage streng aan, voldeed aan het verzoek, maar niet zonder onomwonden – zeg maar grof – te zeggen dat de professionals daags ervoor niet geweldig hadden gepresteerd. Geschrokken van zoveel vrijmoedigheid vroeg de journalist heel bedeesd waar hij de eerste tee kon vinden.)

In het Golf Jaarboek stond een overzicht van de banen waar je in ’84 als greenfeespeler terecht kon. Een rondje op de Rosendaelsche – de baan van het KLM Open – kostte je als lid van een NGF-club op weekdagen 25 gulden en in het weekeinde 35 gulden, ofwel ongeveer 11,50 en 16 euro. De duurste greenfee was – vanzelfsprekend – die van de Haagsche: 30 en 40 gulden.

Spaarnwoude was een van de openbare banen die na veel vijven en zessen NGF-lid waren geworden. Rondje spelen? Voor 10,50 gulden (weekdagen) en 21 gulden (weekeinde).

Hoewel de aantallen clubs en golfers in vergelijking met 2018 zeer bescheiden waren, dacht de NGF al flink aan de toekomst. Niet gelezen in het Golf Jaarboek, maar wel in het jaarverslag van de NGF: ‘Het aantal initiatieven om te komen tot de aanleg van een golfbaan neemt nog steeds toe. De sterk stijgende belangstelling voor het golfspel in vrijwel het gehele land gaat gepaard met steeds meer publiciteit.’

De Federatie had inmiddels een Commissie Openbaar Golf opgericht – met de latere president Rolf Olland als grote animator – en in 1984 nam het bestuur het besluit in het jaar daarop een Golfvaardigheidsbewijs in te voeren. ‘Dat dient tot identificatie van de houder als bezitter van een redelijke minimale golfvaardigheid. Door de sterke groei in allerlei vormen buiten de kring van NGF-leden was hieraan een dringende behoefte ontstaan.’

De eisen leken een collega nogal streng: Zo moesten de examenkandidaten van twintig meter acht van de tien ballen binnen twee meter van de hole slaan. ‘Dat willen we een handicapper-8 nog weleens zien doen.’

De toenmalige NGF-president Jan Willem Verloop noemde golf in zijn voorwoord van het Golf Jaarboek een parel in een half open doosje. De vraag was of dat doosje ook open zou gaan. Verloop schreef: ‘ik meen van wel. En wel hierom: de belangstelling neemt sprongsgewijs toe; publiciteit, toeschouwers, maar ook spelers, vaak zonder baan, stromen toe. Golfbroeken, -shirtjes en paraplu’s zijn de grote mode. De Bottleneck: BANEN. Maar ze kómen er. Vandaag dertig, vier in aanleg en tientallen in ontwikkeling.’

En dat van die tientallen klopte: het waren er meer dan zestig. Een kleine greep met plaatsnamen uit de ordner met plannen? Groesbeek, Nunspeet, Zeewolde, Leusden, Best en Wassenaar.

Maar niet iedereen was zo blij met de groei van golf. In een interview in verband met de in aanleg zijnde nieuwe negen holes van de Kennemer toonde voorzitter Geurt Rahusen zich in een interview aan het Maandblad Golf voorstander van het veel meer scheiden van openbare banen en besloten clubs.

Maar de invloed van clubs als de Kennemer (officieus verenigd in de Oude Negen) was (en is nog steeds) groot: Rahusens wens werd niet verwezenlijkt. En dat is maar goed ook. De gedachte van Verloop en zijn bestuursleden om golf onder één paraplu te houden, won het ruimschoots. Openbare clubs als Spaarnwoude, Kleiburg, Rhoon en Olympus werden begroet in de NGF-familie en een paar jaar later gold dat ook voor golfers die geen lid waren van een club: de Witte GVB’ers. En daardoor is de NGF uitgegroeid tot een van de grootste bonden die bij NOC*NSF zijn aangesloten.

Golf is in de eerste 34 jaargangen van Golfers Magazine flink veranderd. Het blad is qua inhoud deels mee geëvolueerd, maar het karakter is onveranderd gebleven. Meer plezier met Golfers Magazine, was een van de eerste motto’s. En dat is anno 2018 nog steeds de eerste gedachte als de redactie een nummer in de steigers zet.

En België?

In het Golf Jaarboek 1984 lezen we interessante zaken over golf bij onze zuiderburen – voor zover die bekend waren. De verslaggever meldde zich op Tervueren, ofwel de Royal Golf Club de Belgique, dat als clubhuis het voormalige jachthuis van de omstreden koning Leopold II had en heeft. ‘In een bijgebouw van het château is hier ook de Fédération Royale Belge de Golf gevestigd. Maar bespaart u zich de moeite daar inlichtingen in te winnen voor uw verdere golftrip. De secretaris die hier zetelt, is een deftig heer en het kost de grootst mogelijke moeite hem enige gegevens te ontfutselen over de golfsituatie in België. Na enig aandringen wil hij nog wel een papier tevoorschijn halen, met overigens sterk verouderde gegevens van de Belgische golfbanen. Maar belangrijke toernooien kan hij niet vermelden en uitslagen vindt hij sowieso niet interessant. Met statistieken houdt hij zich evenmin graag bezig.’

In het stuk wordt overigens wel vermeld dat er achtduizend Belgische golfers zijn. Elders in het Jaarboek worden in een overzicht zeventien banen vermeld.